Europarlementariër wil strengere eisen aan landbouwimport, een einde aan lange transporten van levende dieren en meer verantwoordelijkheid voor bedrijven bij mensenrechtenschendingen.
Basri Doğan ║ Straatsburg
De Europese landbouw- en handelsregels moeten mens, dier en milieu beter beschermen. Dat stelt Anja Hazekamp, Europarlementariër namens de Nederlandse Partij voor de Dieren. Volgens haar moeten producten die van buiten de Europese Unie worden ingevoerd aan dezelfde strenge normen voldoen als producten die binnen Europa worden geproduceerd.
Hazekamp verzet zich tegen vrijhandelsakkoorden die landbouwproducten toegang geven tot de Europese markt zonder voldoende garanties voor dierenwelzijn, natuur en milieu. Zij vindt dat economische belangen niet ten koste mogen gaan van de bescherming van fundamentele rechten.

‘Dieren mogen niet wekenlang worden vervoerd’
Een belangrijk aandachtspunt voor Hazekamp is het internationale transport van levende dieren. Zij wijst erop dat dieren soms wekenlang op schepen en in vrachtwagens worden vervoerd, waarbij ook zeer jonge dieren betrokken zijn. Dit veroorzaakt volgens haar ernstig dierenleed.
Hazekamp pleit voor zeer korte transporttijden. Zij noemt een maximum van twee uur, waarna dieren moeten kunnen rusten en worden gevoederd. Vooral binnen Europa is het volgens haar niet nodig om dieren over zulke grote afstanden te vervoeren.
Daarnaast wil zij een einde aan de export van levende dieren naar landen buiten de Europese Unie en aan het vervoer van levende dieren over zee. Als alternatief moet volgens haar worden ingezet op het houden van dieren op de boerderij en het verminderen van transport van levende dieren.
Dezelfde normen voor Europese en geïmporteerde producten
Volgens Hazekamp moeten landbouwproducten die op de Europese markt worden verkocht, voldoen aan dezelfde strenge eisen op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieubescherming.
Zij benadrukt dat bestaande problemen, zoals vervuiling en het gebruik van gevaarlijke pesticiden, niet worden opgelost door Europese regels te versoepelen. De oplossing ligt volgens haar juist in het handhaven en versterken van de beschermingsnormen.
Ook producten uit landen buiten de Europese Unie moeten aan die normen voldoen. Daarmee wil Hazekamp voorkomen dat producenten die zich aan strengere Europese regels houden, worden benadeeld door goedkopere importproducten die onder minder strenge voorwaarden zijn geproduceerd.
‘Mensenrechten mogen niet wijken voor economische belangen’
Naast dierenwelzijn en milieu vraagt Hazekamp aandacht voor mensenrechten in internationale handelsrelaties. Zij vindt dat bedrijven die in Europa actief zijn, verantwoordelijk moeten kunnen worden gehouden voor mensenrechtenschendingen in hun productieketens.
Daarom pleit zij voor effectieve regels die bedrijven verplichten misstanden in hun toeleveringsketens serieus aan te pakken en te voorkomen dat zij hun verantwoordelijkheid ontlopen.
Ook de handel met landen waar mensenrechten worden geschonden, moet volgens Hazekamp kritisch worden beoordeeld. Als het beschermen van mensenrechten betekent dat Europa economisch voordeel misloopt, moet dat volgens haar worden aanvaard.
Internationale rechtsmiddelen tegen mensenrechtenschendingen
Hazekamp vindt bovendien dat mensenrechtenschendingen voortdurend bespreekbaar moeten zijn in het Europees Parlement. Zij wijst op de mogelijkheden om internationale en Europese juridische mechanismen te onderzoeken wanneer ernstige schendingen plaatsvinden.
In dat verband noemt zij onder meer het Internationaal Strafhof in Den Haag en Europese gerechtelijke instellingen. Welke instantie bevoegd is, hangt af van de aard van de zaak en de toepasselijke rechtsregels.
Met haar standpunten pleit Hazekamp voor een Europees handelsbeleid waarin dierenwelzijn, milieubescherming en mensenrechten centraal staan. Economische groei en internationale handel mogen volgens haar niet worden nagestreefd ten koste van deze fundamentele waarden.





