In het Scandinavische land, Zweden, laten de voorlopige resultaten van de historische parlementsverkiezingen van gisteren een zenuwslopende strijd om de macht zien. Met een opkomst van 80,4% heeft het centrumlinkse oppositieblok nipt een meerderheid in het parlement behaald.
De voorlopige uitslag van de Zweedse parlementsverkiezingen is nog steeds onzeker, met een kleine voorsprong voor het linkse blok rond voormalig premier Magdalena Andersson nu de stemmen nog geteld worden.
Met meer dan 90% van de stemmen geteld, had het linkse blok maandagochtend een voorsprong van ongeveer 20.000 stemmen.
De centrumlinkse oppositie lijkt bij de parlementsverkiezingen in Zweden, een meerderheid te gaan behalen tegen het huidige rechtse regeringsblok onder leiding van premier Ulf Kristersson.
Kristersson wordt in de regering gesteund door de extreemrechtse Zweden Democraten (SD), die neonazistische wortels hebben. Hij heeft ministersposten voor de SD beloofd als hij aan de macht blijft.
Met 95% van de stemmen geteld, lag het linkse blok onder leiding van de Sociaaldemocraten voor met 176 mandaten, tegenover 173 voor het rechtse blok.
Het tellen van de stemmen gaat woensdag verder voordat de definitieve resultaten bepalen welke partij de beste kans maakt op een meerderheid.
Opkomst gedaald
Huidige opkomst is met ongeveer 80% is vier procent lager dan bij de verkiezingen van 2022.
Zweden hanteert een mandaatstelsel, een systeem van evenredige vertegenwoordiging, om “mandaten”, oftewel “zetels”, in de Riksdag – het Zweedse parlement – te kiezen. Een partij heeft minimaal 4% van de stemmen nodig om in het parlement te komen.
In dit Scandinavische land zijn er twee grote politieke blokken met vier partijen aan de rechterkant en vier aan de linkerkant, wat betekent dat coalitieregeringen en minderheidsregeringen relatief vaak voorkomen.
Nationale veiligheid, bendecriminaliteit en uitgaven aan sociale voorzieningen domineerden de verkiezingscampagne.





