Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft de Turkse regering vragen gesteld over vermeende schendingen van mensenrechten tijdens de langdurige voorarrestatie van 154 personen na de couppoging in 2016. Die verdacht worden van banden te hebben met de religieus-georiënteerde Gülen-beweging.
EHRM vroeg de Turkse autoriteiten of de arrestatie van de verdachten na de mislukte couppoging in 2016, gebaseerd was op een redelijke verdenking; of hun voorarrest op voldoende gronden was bevolen en of zij een effectief middel hadden om de rechtmatigheid van hun detentie aan te vechten.
De vragen werden op 13 mei aan de Turkse regering meegedeeld. Dit bleek uit documenten die vorige week openbaar zijn gemaakt. Volgens een rapport van het Zweedse mensenrechtenorganisatie Stockholm Center for Freedom (SCF).
Het Stockholm Center for Freedom (SCF) is een in Zweden gevestigde non-profitorganisatie die zich inzet voor de rechtsstaat, democratie en fundamentele mensenrechten, met een sterke nadruk op Turkije.
Het Hof vroeg ook of de compensatiemogelijkheden onder artikel 141 van het Turkse Wetboek van Strafrecht een effectief rechtsmiddel vormden voor de klachten van de verdachten.
De verzoeken werden ingediend door 154 personen die schendingen van artikel 5 aanvoeren. Dit artikel van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarborgt het recht op vrijheid en veiligheid.
De verzoekers voerden aan dat hun detentie niet gebaseerd was op redelijke verdenking en dat de duur ervan buitensporig lang was. Ze noemden ook een reeks vermeende procedurele schendingen, waaronder beperkte toegang tot dossierstukken, het afluisteren van de communicatie tussen advocaat en cliënt, vertragingen in de kennisgeving van uitspraken, trage behandeling van beroepen en langdurige procedures voor het Turkse Constitutionele Hof.

Onder de verzoekers bevindt zich de generaal Akın Öztürk, de voormalige commandant van de Turkse luchtmacht, die tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld voor zijn vermeende rol in de couppoging.
De VN-werkgroep inzake willekeurige detentie heeft eerder vastgesteld dat Öztürk willekeurig was vastgehouden, geen eerlijk proces had gekregen, was mishandeld en veroordeeld op basis van gebrekkige procedures.
Turkije werd in de nacht van 15 juli 2016 geconfronteerd met een controversiële militaire couppoging. President Recep Tayyip Erdoğan beschuldigde onmiddellijk de Gülen-beweging, geïnspireerd door de overleden, in de VS woonachtige, geestelijke Fethullah Gülen, van het beramen van de coup en breidde de reeds lopende repressie tegen aanhangers van de beweging aanzienlijk uit. De beweging ontkent ten stelligste elke betrokkenheid bij de couppoging of terroristische activiteiten.
+ De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan heeft zich sinds corruptieonderzoeken in december 2013, waarbij hij en enkele leden van zijn familie en naaste kring betrokken raakten, gericht tegen aanhangers van de Gülen-beweging, geïnspireerd door de inmiddels overleden, in de VS woonachtige geestelijke Fethullah Gülen.
+ Erdoğan deed de onderzoeken af als een Gülenistische samenzwering en bestempelde de beweging later, in mei 2016, als terroristische organisatie. Dit leidde tot een intensievere repressie na een couppoging in juli van datzelfde jaar, waarvan hij Gülen beschuldigde de orkestratie te hebben verricht. De beweging ontkent elke betrokkenheid bij de couppoging of terroristische activiteiten.
De mislukte staatsgreep eiste 251 levens en meer dan duizend gewonden. De volgende ochtend begon de Turkse regering onmiddellijk met een grootschalige zuivering van militairen, rechters, politieagenten en andere overheidsfunctionarissen.

Volgens officiële cijfers werden 150 van de 326 generaals en admiraals van de Turkse strijdkrachten en meer dan 24.000 officieren, evenals 4.156 rechters en openbare aanklagers, op staande voet ontslagen middels nooddecreten vanwege vermeende banden met “terroristische organisaties”.





