De regeringsgezinde journalist en televisiecommentator Cem Küçük is vrijdagavond in Istanbul in hechtenis genomen in afwachting van zijn proces. Hij werd donderdag aangehouden in het kader van een onderzoek naar beschuldigingen dat hij financiële voordelen heeft ontvangen van zakenlieden in ruil voor berichten op sociale media.
De pro-regeringsjournalist en televisiecommentator Cem Küçük wordt beschuldigd van het publiekelijk verspreiden van misleidende informatie, een dag nadat hij was aangehouden in het kader van een onderzoek naar onder meer beschuldigingen van chantage, meldt de Turkse persbureau DHA.
Het Openbaar Ministerie van Istanbul startte het onderzoek op grond van de controversiële Turkse wet tegen desinformatie uit 2022 en naar aanleiding van klachten dat Küçük financiële voordelen ontving van zakenlieden in ruil voor berichten op sociale media.
Küçük werd aangehouden door agenten van de provinciale gendarmerie van Istanbul en naar een ziekenhuis gebracht voor een medische controle, op verdenking van afpersing en “het publiekelijk verspreiden van misleidende informatie”.
Volgens de documenten van de officieren van justitie zou Küçük tijdens live televisie-uitzendingen twee valse beweringen hebben gedaan over personen die betrokken zijn bij een grootschalig corruptieonderzoek naar de gemeente Istanbul.
Verder zou hij ook financiële voordelen ontvangen in ruil voor het plaatsen van content op sociale media volgens Turkse media.
Vóór de uitspraak van de rechtbank, ontkende hij elke vorm van wangedrag en verzocht hij om vrijlating. Naar verluidt zouden de grote hoeveelheden overboekingen op zijn rekeningen leningen zijn en geen betalingen voor zijn post’s zijn.
Eerder ontkende ook de beweringen dat zijn vertrek bij de Turkse zender TGRT verband hield met meningsverschillen over onrust binnen de belangrijkste oppositiepartij van Turkije, de Republikeinse Volkspartij (CHP).
Küçük behoort tot de meest uitgesproken aanhangers van Erdoğan en heeft veel kritiek gekregen vanwege zijn opruiende uitspraken tegen tegenstanders van de regering.

Live op TV pleitte Cem Küçük openlijk voor moord en liquidatie van familieleden van vermeende FETÖ-leden (volgelingen van de Gülen-beweging) als drukmiddel en gaf hij ook tijdens verschillende TV-optredens specifieke suggesties voor marteltechnieken om bekentenissen af te dwingen van gevangenen.
Tijdens een live-uitzending op de Turkse zender TGRT Haber in december 2017 suggereerde Cem Küçük dat de Turkse inlichtingendiensten desnoods de familieleden van gevangengenomen aanhangers van de religieus georiënteerde Gülen-beweging zouden moeten vermoorden om gevangenen te dwingen met de regering samen te werken, of om degenen die in het buitenland verbleven te doen terugkeren.
Hij beschreef ook martelmethoden die tijdens verhoren gebruikt zouden kunnen worden, waaronder het ophangen van gedetineerden aan ramen en waterboarding. Zijn opmerkingen leidden ertoe dat de Orde van Advocaten van Diyarbakır een strafrechtelijke klacht indiende tegen hem en zijn collega-commentator Fuat Uğur wegens het aanzetten tot en verheerlijken van criminele activiteiten.
Küçük herhaalde soortgelijke opmerkingen in 2019 en klaagde dat aanklagers geen dwangmiddelen gebruikten om gevangengenomen aanhangers van de Gülen-beweging informatie te ontlokken.
Gülen-beweging
De Turkse regering beschuldigt de Gülen-beweging ervan een mislukte staatsgreep in juli 2016 te hebben georganiseerd en bestempelt haar als een terroristische organisatie. De beweging ontkent ten stelligste elke betrokkenheid bij de staatsgreep of terroristische activiteiten.
Na de staatsgreep lanceerde de Turkse regering een grootschalige repressiecampagne tegen mensen met vermeende banden met de beweging. Meer dan 720.000 mensen zijn onderzocht en 127.102 veroordeeld, terwijl meer dan 120.000 ambtenaren zijn ontslagen. De strijdkrachten hebben daarnaast 26.206 leden uitgezet vanwege vermeende banden met Gülen.
Turkse rechtbanken hebben vaak activiteiten die destijds legaal waren – zoals het gebruik van de ByLock-berichtenapp, het hebben van een rekening bij de inmiddels gesloten Bank Asya, werken bij aan de beweging gelieerde instellingen of het abonneren op bepaalde publicaties – als bewijs van terrorisme aangevoerd.





